© Rootsville.eu

Hideaway (B)

tiltle: 76'51'' LIVE
music: blues
year: 2004-2006
label: Naked Productions

info artist: Hideaway

© Rootsville 2017


Voor hun twintigste verjaardag trakteerde Hideaway zichzelf op een Live-CD. Dat is zoiets dat je enkel tot een goed eind kan brengen als je waarlijk goed genoeg bent, anders kan je dit idee beter laten branden. Maar deze band kon dat gegeven werkelijk niet beter, want een live-optreden van deze band is een feest op zich. Vraag maar na bij andere getuigen.

Hoewel de opnamen reeds plaatsvonden ergens half 2004 in het Keymusic Rockcaf’é te Roeselare is het kleinood nog steeds gloeiend actueel. Mochten ze vandaag, eind 2007 overgedaan worden, zou het nóg meer vonken geven. Maar het is hier zoals in de computerwereld, je kan niet blijven wachten op de snelste, performantste PC met de grootste opslagcapaciteit. Want zo snel als deze evolutie gaat, zou je wel eens niet-geautomatiseerd kunnen aan je einde komen. Zo gaat het ook in de muziek; als de tijd rijp is, moet je er voor gaan. Anders komt er niets van in huis. Natuurlijk moeten de slaagkansen enorm zijn, maar dat was bij Hideaway geen enkel probleem. Met Ward Decramer en Ronald Klaassen aan de knoppen, de eindmix door Fonny Tempels en de produktie door de band zelf, was succes zo goed als gegarandeerd. En niet in het minst door de topmuzikanten in de line-up van Hideaway, die tot op heden onveranderd is gebleven, vanwege gewogen en goed bevonden. De CD is ‘absolutely live’ en geen enkel instrument werd gedubd of toegevoegd of wat dan ook. En het resultaat ligt hier voor mij. Op het hoesje, de ingewanden van een oudere buizenbak. De titel verraadt de lengte van dit plaatje, dus waar voor je geld, en niet alleen vanwege zijn lengte !! Luister maar eens mee.

Net zoals op het live podium, begint de CD met “Two Bones and a Pick” van T-Bone Walker. Dit nummer geeft hen de mogelijkheid om vanaf de start de muzikale kwaliteiten van de band in zijn geheel en de muzikanten individueel ten toon te spreiden. Omdat zowel de saxofoon als de gitaar hier aan bod komen met een solootje, ge-etaleerd bovenop een stevige ritme-sectie, gelardeerd met jazz-akkoorden van de tweede gitaar en met Hammondriedeltjes onderbouwd, maakt dat deze instrumental een perfect aftitelingsnummer en een visitekaartje. Jean-Marie neemt met zijn tele de kop, nog vóór de tonen van “Two Bones” uitgedoofd zijn, om “Bye Bye So Long” in te leiden, een nummer dat hen beklijfd is uit de periode dat ze met Jimmy Morello toerden door Europa als diens backingband. Drummer Johan houdt hier ook de touwtjes weer strak in handen, zoals in elk nummer trouwens. Ralph laat horen dat hij heel goed naar shouter Morello heeft geluisterd. En dat mag, goeie voorbeelden mogen nagevolgd worden. Mooie lead-guitar van J.M. Never overdone, you know ! Een straight westcoast nummer, zoals ik ze graag mag horen.

Het prachtige “I’ll Play the Blues for You” uit Albert King’s gelijknamige LP uit de Stax-periode wordt hier zéér mooi neergezet door de hele band. Een echte hommage aan de King, met alweer een uitmuntende J.M. aan de gitaar en Ralph die vocaal de juiste sfeer oproept. Patrick’s B3 is beheerste klasse. En dan die saxofoon van Geeraard. Ik weet niet wat onze Adolphe bezielde toen hij dit instrument uitgevonden heeft vanaf scratsch, want er was niets gelijkaardigs. Waar staat zijn standbeeld in ons Belgenland trouwens. Of is dit een eer die enkel voor misdadige politiekers en generaals is weggelegd ? Mooi gevonden ook die korte tegentijdse rhythmguitar van Ralph als outtro om het nummer af te remmen. Zoals het omkeren der vliegtuigmotoren als het de wielen op de grond zet. Als gevoel dan wel, niet als geluid.

“Nothing You Can Say” is van de minder bekende Lloyd Jones, gitarist en zanger, die echter wel een vijftiental awards in de wacht sleepte en bij ongeveer iedereen die iets betekent in de blueswereld, van George ‘Harmonica’ Smith tot Bonnie Rait, heeft gespeeld. Dit soulbluesnummer krijgt de volle aandacht van Ralph die aan het sixties soulduo Sam & Dave denkt als hij dit zingt. Zeer gevoelig en dansbaar. Ik ken er niet veel die het aandurven om Robben Ford te coveren. Deze telg van de Ford bluesfamilie is een buitenbeentje. Hij speelde zelfs in de band van Miles Davis. Kejje nagaan. Zijn werk treedt ook buiten de boundaries van de blues en is aldus een uitdaging voor gitaristen. Hideaway gaat de uitdaging aan en brengt met veel verve een uitmuntende versie van “Start It Up” Alweer een prijs gewonnen. J.M. weet hier één der beste gitaristen van het ogenblik te evearen.

Een tweede Jimmy Morello nummer met “Back to New Orleans”, volledig in de sfeer van de Big Easy met jambalaya en al. Dus geen westcoast hier, maar helemaal naar die opposite kust. Het lijkt wel of Professor Longhair meespeelt. En alweer die saxophone, right in target. Ralph weet zelfs een brugje te fluiten, zonder wind in de micro te blazen. Een perfecte timing van rhythm section en als je net aan tafel zit, waan je je in Tipitina’s. Smakelijk ! “My Blues” is een compositie van Ralph en stamt nog uit zijn Fodro and Dender-periode, denk ik. Ik hoor het wel als ik er naast zit. In elk geval gaan we hier naar de roots en de delta, lichtjes up tempo en met dat fijne slide-werk van Ralph. Open D, capoed second fret. Nog slide met de traditional “Lonesome Valley”. Deze spiritual van oorsprong krijgt hier een lichtvoetig ‘bijna country’ gevoel mee.

Ten derde male wordt Jimmy Morello het podium op gesleurd in de vorm van diens “Can’t Get No Rest”. Terug de westcoast-shuffle, waarin Jean-Marie en Patrick, respectievelijk gitaar en piano, excelleren. Mooie Q & A tussen guitar and vocals. If you see what I mean ? Aan het volgende nummer van Freddie King ontleendde Hideaway, twintig jaar geleden dus, zijn naam. Hun lijflied “Hideaway”. Dit nummer deed Eric Clapton in de zestiger jaren de overstap maken van The Yardbirds naar The John Mayall Band, omdat hij het daar mocht vertolken op de “Beano”-LP. Dit is denk ik de honderdzevenendertigste versie van deze instrumentale, die ik in mijn platen- en CD-kast heb steken. Maar ze mag er ongetwijfeld zijn. Stevig, het juiste tempo en zonder aarzeling gespeeld.

“Death Valley” is ook van Ralph Bonte. Dit heeft hij geschreven op zijn reis door Zuid-Texas. En inderdaad, als je de tekst beluistert kan dit niet aan iemand’s brein ontsproten zijn op een Brugse zolderkamer met zicht op de Belforttoren. Tenzij Ralph er rattlesnakes op na houdt in zijn optrek. Ook weer slide in deze, Ralph dweept met slide. Niet erg. Ik ook ! En laat het U gezegd zijn dat dit nummer zonder blozen naast het werk der groten mag vertoeven in hun repertorium. Hideaway waagt zich ook aan een nummer van Pete Anderson, producer, componist, gitarist en long time –metgezel van Dwight Yoakam. Maar ik denk dat er ambras is, momenteel tussen die twee. Met rechtszaken en al. “Blue Hour” is zo’n nummer dat in geen enkel vakje past. Het is geen blues, ook geen pure country, hoewel er elementen van beide stijlen inzitten. Wat nu gefloten. Maar in elk geval zeer mooi gezongen en Geeraard’s saxofoonsolo mag er alweer zijn. Hoor ik daar nu geen beetje David Sanborn in.

Met “Calling Home” zitten we in de southern rock sferen. Lynyrd Skynyrd en The Outlaws kijken de zaal in over de schouders van Hideaway. Patrick Cuyvers haalt honky tonk geluiden uit zijn Roland en een vettige slide van Ralph smukt de song op. In het tweede gedeelte, na de aftelling muteert het zowaar in een gospel met Q van de priester en A van de beminde gelovigen. En het gaat vooruit, het gaat verduiveld goed vooruit….Traditionals worden dusdanig genoemd omdat ze oerdegelijk zijn en in het onderbewustzijn der mensheid opgeslagen. Als er wordt in geroerd komt er een zweem van herkenning bovendrijven en kan iedereen haast spontaan meezingen. Zo ook met de gospel en de spiruals die uit de kapellen langs de Mississippi ten hemelen steeg. Bij zo’n missen zat ik steevast op de eerste bank, heb ik hier al ergens gezegd in één of andere review. Hierbij blijft niemand onberoerd. Daarbij ook nog wondermooi ingeleid door een fijn en freel bottleneckje behoort “I Shall Not Be Moved” tot deze categorie godsliederen die in des mensen’s genen zijn gebrand. Ik wordt er begot religieus van.

“Mustang Sally” wordt door ons gezelschap toegewezen aan Wilson Picket. En hoewel deze soulman er zeker eeuwigheidswaarde heeft aan gegeven, zou dit nummer ontsproten zijn aan het brein van ene Sir Mack Rice, die in 1950 een bandje, genaamd The Falcons, leidde. En wie zat er nog in dat groepje ? Wel, wel, wel ! Is dat niet een prille Eddie Floyd en een al even jonge Wilson Picket ? Inderdaad, de wereld is klein. Maar wie is nu de pikkendief ? In de wandelgangen wordt ook nog Buddy Guy genoemd als aanstichter van deze song. En sporadisch hoor je nog wel eens Jay Hawkins vernoemen. Ere wie ere toekomt, bij het laatste oordeel valt dit allemaal wel in zijn plooi, en ondertussen kunnen wij genieten van de versie die ons hier wordt opgedist door de jongens van Stoppenbolleke. De saxofoon van Geeraard zit weer precies waar hij hoort te zitten, naar Stax- en soulnormen. Of Atlantic-normen in Picket’s geval. Een recht in de roos wah-wah gitaarsolo van J.M.. Een vollenbak bisnummer is dit. Iedereen zingt mee, omdat iedereen meezingt. Dat is het fijne van dergelijke songs. Alleman kent ze, Mustang Sally…Nanana ..nana//na.

Het laatste woord, qua songschrijverij, komt toe aan Ralph met ”Party”. Deze boogie heeft zich zijn naam niet onrechtmatig toegeëigend. Het is bewegen geblazen met dit nummer, willen of niet. Only stiffs don’t move on this sounds. Opzwepend tot en met, het zou The Mofo Party Band kunnen zijn. Boogie zoals Canned Heat enkel in zijn beste jaren vermocht te brengen. We kunnen er niet genoeg van krijgen, maar helaas, na 76 minuten en 51 seconden en 16 uit de kluiten gewassen nummers is het gedaan. Tenzij je draaier op eternal repeat staat.

En laat het nu vooral niet overkomen alsof Eric bass en Johan drums niet veel in de pap te brokken hebben. Ik heb er niet veel over gezegd, zoveel is waar. Een rhythmsection doet het minder opvallende werk, maar als deze jongens één steek laten vallen is het boeltje meteen naar de k..vaantjes. Ongeacht de virtuositeit van zijn solisten, een band is maar zo goed als zijn ritmesectie. En deze hier is fantastisch ! Hands together for them.

Dit ceedeetje is een must-have. Hij hoort in je collectie te zitten. Anders ben je een sukkel.

album report : witteMVS

 

tracks:

01.Two Bones And A Pick (T-Bone Walker)
02.Bye Bye So Long (Jimmy Morello)
03.I’ll Play The Blues For You (Albert King)
04.Nothing You Can Say (Lloyd Jones)
05.Start It Up (Robben Ford)
06.Back To New Orleans (Jimmy Morello)
07.My Blues (Ralph Bonte)
08.Lonesome Valley (traditional)
09.Can’t Get No Rest (Jimmy Morello)
10.Hideaway (Freddie King)
11.Death Valley (Ralph Bonte)
12.Blue Hour (Pete Anderson)
13.Calling Home (A.J.Croce)
14.I Shall Not Be Moved (traditional)
15.Mustang Sally (Wilson Pickett)
16.Party (Ralph Bonte)

musicians:

Ralph Bonte : vocals, rhythm guitar, slide guitar
Geeraard De Groote : tenorsaxophone, backing vocals
Jean-Marie Herman : lead guitar, backing vocals
Patrick Cuyvers : Hammond B3, piano, keyboards, backing vocals
Eric Vandekerckhove : bass, backing vocals
Johan Guidée : drums, backing vocals